Echoscopie

Bij een echo-onderzoek wordt gebruik gemaakt van hoog frequente geluidsgolven, ook wel ultrageluid genaamd. De inwendige organen en botten weerkaatsen dit geluid. Het terugkerende geluid wordt opgevangen en wordt omgezet naar een beeld op de monitor. Op deze manier kunnen de organen en andere structuren van het kind worden onderzocht.

Een echo-onderzoek kan op 2 manieren worden verricht, uitwendig via de buik of inwendig via de vagina. In de eerste 12 weken van de zwangerschap wordt meestal een vaginale echo gedaan, aangezien de echoscopiste dan dichter bij de baarmoeder kan komen. Na 12 weken is de baarmoeder meestal groot genoeg om een uitwendige echo te doen.
In het echocentrum worden echo’s verricht door verloskundigen en echoscopisten die gespecialiseerd zijn in echoscopie, het is mogelijk dat er een verloskundige/echoscopiste in opleiding bij het onderzoek aanwezig is.